Wallenius Wilhelmsen heeft een overeenkomst gesloten met Equinor voor de levering van biomethanol. Met deze stap wil het logistiek- en scheepvaartbedrijf de uitstoot van zijn vloot verder verlagen.
De overeenkomst heeft een looptijd van twee jaar. De biomethanol wordt ingezet als bunkerbrandstof voor nieuwe dual-fuel methanolschepen van Wallenius Wilhelmsen. De levering start naar verwachting eind 2026 in de havens van Zeebrugge en Antwerpen.
Wallenius Wilhelmsen exploiteert wereldwijd ro-ro-schepen voor het transport van voertuigen en materieel. Met de inzet van biomethanol zet het bedrijf een volgende stap in de verduurzaming van deze activiteiten.
Volgens Equinor groeit de vraag naar biomethanol snel. Rederijen zoeken naar praktische en schaalbare oplossingen om hun uitstoot te verminderen. De samenwerking met Wallenius Wilhelmsen past binnen die ontwikkeling en markeert een verdere opschaling van koolstofarme brandstoffen in de scheepvaart.
De biomethanol wordt deels geproduceerd in de fabriek van Equinor in Noorwegen. Daarnaast maakt het bedrijf gebruik van biogascertificaten, afkomstig van onder meer mest en andere biomassa. Dit gebeurt volgens Europese richtlijnen voor hernieuwbare energie.
Bij de productie wordt gebruikgemaakt van een massabalansmethode. Hierdoor kan biomethanol via bestaande infrastructuur worden geproduceerd en ingezet. Tegelijk worden methaanemissies, die anders zouden vrijkomen bij de verwerking van biomassa, opgevangen en benut.
De bedrijven verwachten dat het gebruik van biomethanol de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk vermindert. Daarmee draagt de samenwerking bij aan de bredere ambitie om maritiem transport verder te verduurzamen.



